donderdag 7 juni 2007

NEOLEO


UIT : ‘PROLEGOMENA TOT EEN MORAAL VAN DE SCHONE SCHIJN’ , door L. Cox


p. 5 - Het Sublimaat = D 8 : De transcendente Schijn, het verhevene

p. 14 - (...) het domein van alles wat onwezenlijk of onwerkelijk is.

- Wonderwereld = D12: De vereniging van de transcendente schijn en het immanente zijn, i.c. van Sublimaat en Substraat

- De wonderwereld bevat alles wat wezenlijk en werkelijk of onwezenlijk en onwerkelijk is.

- Voor zover we een obversief leven leiden, is het leven een hemelvaart.

p. 18 - S6 : Het domein van de etherische extase is de transcendente schijn.

p. 19 - Vol zijn (...) vinden wij obversief

- C1 : U wordt opgespannen door volheid en leegte.

p. 25 - p behoort tot de Wonderwereld = D25 : Np desda p, dat wil zeggen,
p isa obversiviteit desda p onwezenlijk of werkelijk èn wezenlijk of onwerkelijk is.

p. 26 - de wonderwereld is het domein van het scheppende, creatieve en constructieve.

p. 29 - S16 : Het Sublimaat bestaat uit nomina (namen).

p. 30 - Toevoeging: de Wonderwereld is maw het verschil van U met d’Onderwereld.

p. 36 - S28 : de klasse van obversiviteiten is de vereniging van de klasse van namen en de klasse van dragers.

- Met andere woorden, namen en dragers zijn obversiviteiten; wonderlijk noemen we wat obversiviteiten gemeenschappelijk hebben.

- Een naam noemen we een beeld van een drager.

- Wonder = D35 : De vereniging van surjectie en projectie.

p. 37 - Reflectie = D36 : De wonderfunktie van surjectie en projectie.

- Vast staat dat we [hier] met een wonderwerk hebben te maken dat berust op het samengaan van denkobjecten en elementen van formaat, een iteratieve werkwijze waarin afbeeldingen geïnterpreteerd en interpretaties afgebeeld worden.

Geen opmerkingen: