vrijdag 20 november 2015
remko scha artifacial expressionist
Een “kort stukje” schrijven over Remko Scha; ja, natuurlijk. Bij nader inzien schier onmogelijk over iemand met zo’n veelzijdig en omvangrijk oeuvre. Zijn persoon en werk zijn een schoolvoorbeeld van een rigoureus bestaan in een synthetische eenheid van kunst en wetenschap. Een kunstmatig intelligente, academische loopbaan volgt. Ik voel me dermate geroepen om enige overeenkomsten van zijn werk met de “wetenschap van denkbeeldige oplossingen” aan te geven.
Ik kan hierbij moeiteloos aansluiten bij een publicatie van Dirk van Weelden uit 1994 waarin hij Scha’s artistieke positie plaatst binnen de traditie van een romantisch modernisme.(1)
Kort samengevat, de traditionele kunstpraktijk is achterhaald en verstard; traditionele categorieën zoals schoonheid, originaliteit en authenticiteit zijn te beperkt. De menselijke kunstenaar heeft zijn tijd gehad met zijn verheven bedoelingen; we moeten het arsenaal aanboren van het “ongeziene, ongedachte, onbekende” (Jarry’s denkbeeldige oplossingen) dat een kunstmatige kunst – een onpartijdige, onverschillige, machinale toevalskunst - voor de menselijke geest kan ontsluiten. Deze kunstmatige kunst is een Anti-kunst, want: Esthetic perception (…) can be applied to arbitrary material.(2) De weg is vrij voor een esthetische interpretatie van alles. (3)
Inderdaad, Scha plaatst zich in de avant-garde traditie van Duchamp: The current challenge is an esthetics that encompasses everything: beautiful, ugly, and indifferent.(4)
Het doorbreken van traditionele esthetische categorieën realiseert Scha niet alleen in de beeldende kunst met zijn automatisch tekenprogramma Artificial, maar bovenal met zijn geluidsexperimenten, installaties en performances (ArtiFacial, in samenwerking met Arthur Elsenaar).(5)
Deze kunstmatige kunst van Remko Scha kan met evenveel recht de “wetenschap van het bijzondere” worden genoemd.(6) Om dit in te zien hoeven we maar te bedenken dat zijn “toevalskunst” weliswaar gegenereerd wordt in een vooraf bepaalde opstelling (zij het fysiek, zij het digitaal) en derhalve volgens regels bepaald is, maar dat de uitkomst van zo’n experiment (het “kunstwerk”) volstrekt eenmalig en onvoorspelbaar is.(7)
In zijn aleatorische geluidskunst staat Remko Scha geheel in de traditie van de Fluxusbeweging en de aleatorische muziek van John Cage. Aleatorische gebeurtenissen zijn onvoorspelbare, kleine variaties binnen een vooraf vastgelegd raamwerk.(8) Wie herkent hier niet het analogon van de patafysische Clinamen in? Maar er is nog een verdere consequentie die zijn project verbindt met het patafysisch gedachtengoed. De aleatoriek werkt met afzonderlijke gebeurtenissen, singulariteiten, die op zichzelf staan. Dit maakt ze volstrekt uniek en onvergelijkbaar met elkaar. Elke kunstuiting / performance / uitkomst van een experiment is evenveel waard, niet beter of slechter dan een andere. Zien we hier de “eenvormigheid van de chaos” terug die we van Faustroll kennen uit de beschrijving van de schildermachine van Henri Rousseau?(9)
Hier wil ik het voorlopig bij laten, voordat ik me ga vastbijten in een exegese van de patafysica. Het is waar, Remko heeft naar mijn weten in woord noch geschrift ooit verwezen naar Jarry. Mogelijk was het voor hemzelf evident dat hij bezig was een machine te ontwikkelen om het universum te exploreren.(10) De kunstenaar is dood, leve de machine!(11)
noten:
(1) Dirk van Weelden (1994) – Een ideaal, een naam, een verkenner [http://iaaa/artificial/papers/weelden.html]
(2) Remko Scha (2001) – Readymades, artificial art, new media [http://iaaa.nl/rs/LierEnBoog.html]
(3) Remko Scha (1988) – Artificiële kunst [http://iaaa.nl/rs/artkunst.htm]
(4) Remko Scha (2001]. Of een dergelijk principle of indifference analoog is aan het patafysisch principe van equivalence valt nog te bezien
(5) Dit werk is enige tijd geleden aangekocht door het Stedelijk Museum Amsterdam.
(6) Dat is nou precies de definitie van “Patafysica” in Jarry (1911) - Gestes et Opinions du docteur Faustroll, pataphysicien, Boek II, H 8.
(7) Ik zou dit niet gelijk willen stellen aan het principe van de gelijkheid der tegendelen, zoals dat in het werk van Jarry te vinden is. Er is hier veeleer sprake van een opheffing van een tegenstelling, i.c., die tussen wetmatigheid en uitzondering! Immers, de uitzondering is hier de regel, omdat de toevalsgebeurtenis plaatsvindt volgens een instructie!
(8) Denk bijvoorbeeld aan frequentie- en amplitudemodulaties bij een installatie als The Machines. (diverse uitvoeringen op Youtube).
(9) Jarry (1911): Boek V, hoofdstuk 32. Ook door Dirk van Weelden genoemd in zijn (1994).
(10) Arrabal
(11) In casu Remko’s alter ego, de ventriloquist Huge Harry.
Referenties:
Op internet is een schat aan informatie te vinden over het leven en werk van Remko Scha.
De belangrijkste bron is zonder twijfel zijn eigen website van het institute of artificial art amsterdam http://www.iaaa.nl/, met een gedetailleerd en vermakelijk overzicht van al zijn bemoeienissen op artistiek en wetenschappelijk gebied.
Verdere bronnen die ik kan aanbevelen zijn:
Tv fragment aanvallen van uitersten (1983) http://iaaa.nl/hh/LBclips/HG-win.html
Luuk Bouwman (2000) - huge harry and the institute of artificial art http://www.iaaa.nl/hh/LBfilm.html
Bijzonder instructief en sympathiek is het klankbeeld op de concertzender van 9 september j.l
http://www.concertzender.nl/momentaan-monument-voor-remko-scha/
http://www.iaaa.nl/machinedrawings.html
dinsdag 31 maart 2015
DE ROL VAN DE FUNICULIS UMBILICALIS ALS MODEL VOOR L’ÍDENTITÉ DES CONTRAIRES
‘Patafysica een fallocentrische mannenbolwerk? Misogyn of gynefoob, Jarry, par exemple? Wat is vanuit het perspectief van een horror feminae de aantrekkingskracht voor “een vrouw die nadenkt” om “voor de ‘Patafysica te kiezen”? En wat betekent de verwijzing naar de kwadratuur van de cirkel in dit - de queeste naar een vrouwelijk rolmodel - verband? Quadrature des femmes? Voila, een greep uit de vragen die de anonieme oproep bij mij oproept. De nutteloosheid van pogingen om de kwadratuur van de cirkel op te lossen, heeft er voor gezorgd dat deze uitdrukking staat voor ondernemingen die niets met het probleem zelf te maken hebben. Verwijzen naar de kwadratuur van de cirkel is dan slechts een manier om de vergeefsheid van dergelijke zaken uit te drukken. Vraag: Is de vermeende oppositie der sexen (cirkel vs vierkant, dame vs heer), resp. de conjunctie ervan, zo’n vergeefse onderneming, hoort zij thuis binnen de ‘Patafysica; en…is zij uiting van een “’Patafysisch cogito”?
Zo ja, willen de gekwadrateerde “‘Patafysicae” opstaan! Wie zette mij willens nillens op het spoor van een Bâthematische oplossing? Natuurlijk, de Bâton-à-Physique, patafysich toverstafje, ontwortelde fallus en “halve kubist”, die dankzij z’n rare sprongen alle tegenstellingen overwint! Ik neem hierbij het vraagstuk van de kwadratuur (construeer voor een gegeven cirkel een vierkant met gelijk oppervlak) letterlijk. Zoals men weet draait (sic) deze kwestie om het bepalen van de denkbeeldige waarde van π. Ik zal aan de hand van het werk van twee onbekende “‘Patafysici” (de wiskundemeisjes Dorine Epos en Mira Scheed) laten zien dat dit probleem een elegante en voor de hand liggende oplossing heeft. Het voordeel is dat deze aanpak elke antinomie in één klap van tafel veegt - de plus en de min, nul en oneindig, systole en diastole, dames, heren ook - uitgaande van de ‘Patafysisch grondregel van het samengaan der tegendelen.
Let wel, het vraagstuk dient met enkel passer en liniaal opgelost te worden. Ik kan in dit korte bestek slechts de hoofdpunten van de oplossing schetsen. Zie voor de wiskundige details het bronmateriaal. We maken dankbaar gebruik van het enige ware patafysisch rolmodel …de funiculus umbilicalis van P.U. (figuur links)
Vervolgens beschouwen we een uitsnede hiervan (figuur rechts) waarbij de umbilicale levensader ruim een halve rotatie heeft uitgevoerd. Ze blijkt te voldoen aan het voorschrift voor een aritmetische spiraal, waarbij r de straal is en theta de hoek, uit te drukken in radialen ( 360o = 2 π rad). a is een constante die de uitwijking bepaalt. Daar nemen we 1/2 π voor; dat rekent lekker. Nu komt de crux!
Zie onderstaande figuur.
In deze configuratie is er sprake van precies één omwenteling, dus 2 π radialen. P bevindt zich derhalve op afstand 1/2 π x2 π = 1 van de oorsprong O. De lijn PT is de raaklijn aan de spiraal in P; ze snijdt de y-as in T. Beschouw nu de cirkel met middelpunt O en straal 1. Epos&Scheed tonen aan dat de omtrek van deze cirkel gelijk is aan de lengte van OT! D.w.z., OT=2 π, met r =1. Hiermee hebben we de waarde van π bepaald, nml, π = ½ OT = 6,2831853070 : 2 = 3,1415926536, een waarde tot op de 9de decimaal nauwkeurig!
Mèt de figuur is de rechthoekige driehoek OPT beschreven. Daarvan is de oppervlakte 1/2xOTxOP = π, gelijk aan die van de gegeven cirkel π x 12 = π! Kwadratuur van deze driehoek is het eenvoudig sluitstuk van de oplossing.
Chapeau voor onze vrouwelijke “quadrateuses”. In het bijzonder voor het opsporen van een fraai staaltje syzygy binnen de Bâthematica. Ik hoop hen met deze notitie aan de anonimiteit ontrukt te hebben en beveel ze van harte aan voor opname in het Monument voor de onbekende ‘Patafysicae.
Met vriendelijke vuistrol,
LEO COX [DeKontwerper], sectiehoofd Patatafysica
Abonneren op:
Posts (Atom)



