PATATI ET PATATA!: PINBALL WIZARD en POTATO BLUES – AARDAPPEL IN DE PUREE!
Opgetekend door Leo Lipsofacto, waarnemend hoofd.
In 2019 wijdde het Stedelijk Museum Amsterdam een overzichtstentoonstelling aan het werk van Jacqueline de Jong [JdJ] met de titel PINBALL WIZARD. Het laatste zaaltje had de Potato Blues als thema met een drietal collecties: digitale prints, een verzameling van geglazuurde en van geplatineerde “Pommes de Jong” [PdJ], afbeelding 1, 2, 3. De term Potato Blues [PB], zonder lidwoord, deed mij direct de wenkbrauwen fronsen. Ging dit over kleur, of ging het over een geestesgesteldheid, van aardappelen of van aardappeleters? En hoe verhoudt of verhouden de blues zich tot het flipperen? Concreet, moeten we denken aan een toepassing van de knol als flipperbal? Wat ik zag hangen en liggen kon wel eens het gevolg zijn van het blauwschudden en blauwstoten van piepers in een flipperkast. Was ik getuige van een morbide spel met de overgevoeligheid van de toffel en bekeek ik fragmenten uit de wordingsgeschiedenis van het blauwsyndroom PB?
Of, m.a.w., blauwflipperen het procedé is dat JdJ volgde in de productie van haar pommes? Ik kom daar nog op terug onder punt 2. De overige vragen zal ik in het kort behandelen vanuit het perspectief van de knol/bataat enerzijds en dat van de knoleter anderzijds. De patatafysica is het uitgelezen kader om deze bespreking in te houden. Het zal niemand verbazen als ik vaststel: de Blue Star is blue, blues are blue en de Blues is blue. Eo ipso: de PB is blauw en dit brengt ons vanzelf bij de blauwgevoeligheid van de tater. M.b.t de vatbaarheid voor PB onderscheiden we allereerst tussen endogene en exogene PB en m.b.t. de laatste tussen het bewaarblauw en het stootblauw, de twee exogene blues. In wat volgt beperk ik me tot het blauwzwarte stootblauw.
Hoewel de PB niet valt onder de bekende plantenpathogenen - zoals globodera pallida, phytophthora infestans, de aardappelspindelknolviroïde, pok-, lak-, net-, of gewone schurft, bruinrot, roze rot, of rattenvraat, stengelboorder of zwabbertop - ze valt wel onder de pothalogische aandoeningen: een psychosomatische stoornis, gekenmerkt door somberheid, hypoactiviteit, knolverlies en in enkele gevallen milieuverveling. [cyanose, blauwkleuring aan de extremiteiten, is hier niet aan de orde. Kan een eindstadium zijn van stuporeuze catatonie, t.g.v. chronische respiratoire insufficiëntie]
Ik behandel: 1) Stootblauw in de patagenese van PB en de patagnose van milieuverveling [MV]. 2) Pommes de Terre, de Terreur, de Guerre: de “Potatoys” van JdJ. 3) Proepdoes als panacee.
Als opmaat voor een inzicht in de psychosomatiek van de PB eerst twee fragmenten uit de bekentenisliteratuur van de aardappel.
Zelfs een aardappel in een donkere kelder heeft een zekere lage sluwheid over zich die hem uitstekend van pas komt. Hij weet heel goed wat hij wil en hoe hij het moet krijgen. Hij ziet het licht uit het kelderraam komen en stuurt zijn scheuten er recht op af. Ze kruipen over de vloer, de muur omhoog en bij het kelderraam naar buiten. Als er ergens op deze reis een kluitje aarde is, zal hij dat vinden en voor zijn eigen doeleinden gebruiken. Welke overweging hij voor zijn wortels gebruikt is iets dat ons onbekend is als hij in de aarde wordt geplant. Maar we kunnen ons voorstellen dat hij zegt: 'Ik zal een knol hier hebben en een knol daar, en ik zal elk voordeel dat ik kan uit heel mijn omgeving zuigen. Deze buurman zal ik overschaduwen, en die zal ik ondermijnen; en wat ik kan doen zal de grens zijn van wat ik wil doen. Hij die sterker en beter geplaatst is dan ik zal mij overwinnen, en hij die zwakker is, zal ik verslaan.' Wat is bewustzijn als dit geen bewustzijn is?De aardappel zegt deze dingen door ze te doen, wat de beste taal is.
Zet deze somberte nu eens af tegen het optimisme van een willekeurige Raper, Kruiper, Legger, of Negenweker:
Ik ben een efficiënte pieper. Ik ben niet geschikt om lekker mee te koken, daarvoor heb ik veel te veel zetmeel. Ik word geteeld door een coöperatie van boeren. Na de oogst brengt de boer ons met de toffelkar naar de fabriek. Bij de fabriek rollen we met zijn allen over de lopende band in een soort wildwaterbaan om schoon te worden. Daarna worden we vermalen. Dat is hard, ja. Maar het is noodzakelijk om onze zetmeelkorrels vrij te laten komen. Ons zetmeel wordt vervolgens gedroogd tot een helder wit poeder met een neutrale smaak. In die vorm zijn we heel breed inzetbaar. Onze naam verandert dan vaak in een nummer. Ook dat is hard. We zijn dan verdikkings- of antiklontermiddel. In onze gemodificeerde toestand zitten we in ontelbaar veel bewerkte voedingsmiddelen. Dikke kans dat we daar in zitten. Maar dat is nog niet alles. Wij, eenvoudige en bescheiden knollen, maken ons op nog veel meer manieren nuttig. U vindt ons in uw kleding en in uw huis zijn we ook. De bouw gebruikt ons voor het makkelijker verwerken van cement en het verbeteren van beton en tegellijm.
Een sprekend voorbeeld van de stemmingswisselingen, zo kenmerkend voor de bipolaire stoornis [BP] bij knollen met roodverschuiving. Klinische studies tonen aan dat voor 80% van de poters blauwgevoeligheid een voorspeller is voor BP inversie, die ipso facto leidt tot PB. Vandaar dat onder telers de vuistregel wordt gehanteerd: BP inversie leidt tot PB conversie. Let wel, het betreft hier een endogene factor, de PB betreffende!
1 - Een mogelijk punt van aandacht is de plaats van de PB op het stikstofkaartje. De vraag blijft of te hoge stikstofgift, de hoofdoorzaak van MV, van invloed is op de blauwgevoeligheid van knollen.
MV dient strikt te worden onderscheiden van PB in enge zin; wordt de laatste gekenmerkt door knolverlies, milieuverveling kent daarentegen een wezensongelijke patagnose en leidt in het uiterste geval tot knielverlamming. Een efficiënte behandeling van MV, de “Imuun Blauw” [IB] therapie, werd medio vorige eeuw al ontwikkeld door prof Maximiliaan Bleu, verbonden aan de mobiele leerstoel Deskundologie [VU Amsterdam], ook wel omschreven als een blauwe zak. IB therapie dankt haar succes aan het tijdelijk afbinden van de vervelingsklier die, zoals bekend, in de linker knieholte ligt, maar IB is verder niet invasief. PB, daarentegen, is immuun voor IB therapie. Het stootblauw dat vanaf het rooien en inschuren, sorteren en verwerken, tot en met uitschuren als gevolg van uitwendig toegebrachte stoten of druk van buitenaf kan ontstaan, is een irreversibele, inwendige beschadiging van het knolweefsel, waartegen geen kruid is gewassen. In het algemeen zijn rassen met een hoog drogestofgehalte blauwgevoeliger. Van groot belang is de knoltemperatuur. Bij lage knoltemperaturen treedt na deze handelingen meer blauw op dan bij hogere temperaturen. Versnelde knolveroudering gaat gepaard met gewichtsverlies en meer blauw. Door uitdroging treden verschillen in krimpspanning op tussen grote en kleine cellen waardoor grote cellen eerder stuk gaan dan kleine. Bij versleten knollen kan een groot deel van de knol blauw zijn. Vochtverlies moet zoveel mogelijk worden tegengegaan en valhoogten moeten worden beperkt. Recent onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat niet alleen het beperken van valhoogtes, maar vooral ook het beperken van het aantal vallen (keten verkorting) belangrijk is. Zo ook het streven naar een hoog onderwatergewicht, maar veroudering an sich is niet pothalogisch.
2 – De productie van PdJ is een robuuste manier om de PB uit de weg te gaan. Ze behelst een niets ontziende eliminatie van blauwgevoeligheid bij de pomme de terre. De zelfgekweekte knollen worden door Jacqueline jarenlang blootgesteld aan zonlicht en uitdroging, gaan uitlopen en produceren dientengevolge extra hoeveelheden solanine. Deze cyanogene glycoalkadoïde kan bij onbehandelde consumptie een blauwzuurvergiftiging opleveren, de stadia doorlopend van krop en kreupelheid, via knielverlamming met uiteindelijk de dood tot gevolg. De solanine komt van nature voor in elk deel van de aardappelplant. Zij is zeer giftig en derhalve één van de natuurlijke verdedigingsmechanismen van de plant tegen insecten, ziekten, en roofdieren. Solaninevergiftiging wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door gastro-intestinale en neurologische aandoeningen. De symptomen omvatten misselijkheid, diarree, braken, maagkrampen, een brandende keel, hoofdpijn en duizeligheid. Hallucinaties, het verlies van gevoel, verlamming, koorts, geelzucht, wijde pupillen en hypothermie kunnen voorkomen in de meer ernstige gevallen. Bevindingen uit de friturologie wijzen uit dat frituren van de raspatat bij 170° C effectief is in het verminderen van de glyco-alkaloide niveaus.
We hebben hiermee het tussenstadium van de PdJ bereikt: de Pomme de Terreur. Uiteindelijk blijft er van de knol niet meer over dan een handvol giftige uitlopers. Die worden ten lange leste gedompeld in een goudbad om er als sieraad uit te komen, gevangen in een potatorpide stupor. Voilá, de Pomme de Jong, een gifcapsule gehuld in een gouden schil, product van een dubbelspel van zijn en schijn (afbeelding 2).
In de Centrifuge 16/17, p 3 lezen we over Jacqueline de Jong, de ‘Godin van de Situatie’: “Af en toe werpt ze een vergulde aardappel over de schutting tussen de goden met de vraag: ‘wie is de domste?’”. Wie zijn klassieken een beetje kent, constateert direct de analogie met de mythe van de Eris. Daarin werpt zij, Godin van de tweedracht, een gouden appel met de inscriptie: ‘voor de mooiste’ in een menigte bruiloftgasten (afbeelding 4). De daaropvolgende twist tussen Hera, Athene en Aphrodite zal de aanleiding worden voor de Trojaanse oorlog. Uit de verwantschap met de gouden twistappel ontpopt de PdJ zich als een waarachtige Pomme de Guerre en komt JdJ met recht de titel ‘Twistgodin’ toe.
3 – PB bij aardappeleters tgv solanineconsumptie kan in een vroeg stadium (nausea, hoofdpijn, duizeligheid) worden behandeld met een Proepdoeskuur, ontwikkeld door het Departement of Patataphysics te Nederdoes.
Behandeling van PB: Stap 1 - Uitbraken residu.
Stap 2 - Proepdoeskuur 1 etmaal elk uur 1 dosis Proepdoes volgens recept.
Recept Proepdoes: Ingrediënten: 400 gr opperdoesjes, 30 gr tarwena,1 portie tater tots, zout naar smaak, 2-3 eetlepels Domster (geel), 1 paardelap, klont roomboter, spuitzak, kwastje, soepdoper, peperdoos
Spoel de opperdoesjes goed, schil ze niet, kook ze beetgaar in de toffelpan, giet af, schud om, voeg zout en roomboter toe en stamp het geheel fijn. Laat even borrelen. Af laten koelen, maar laat de droespoep in eigen poedersop gaar koken. Snij de paardelap in kleine stukjes. Zachtjes laten bruinen in roomboter. Pers droespoep. Doe op doopspeer of opperlans. Voeg de tarwena met peper toe, druk in het midden een kuiltje met de soepdoper en klop daarna nog 5 min stijf met het kwastje. Draai de domster door de tata’s, kneed alles tot een spuitbare massa en druk hem in de spuitzak met grove kartelspuit. Knijp tot de warme massa uit het mondstuk loopt. Serveren op een schaaltje of ouderwetse juskom. Lukt dit niet, leg de tots dan onmiddellijk om de nat gemaakte steel van de soepdoper, zodat de optater alsnog verkocht kan worden.
Vanuit het hoofdkwartier van de patatafysica te Opperdoes, klinkt een oproep van het Oppergezag, de Opperdoes. Het is de spoedroep van een Pomme de Guerre, het is het aardappelappèl dat luidt:
Patatras! Deel een Opperkut uit! Power to the pieper!
Afbeelding 2: Pomme de Jong [2012-2018]. Plated potatoes
Afbeelding 4: De twistappel, Pomme de guerre.
Afbeelding 3: Baked Potatoes [2006-2007]
Geen opmerkingen:
Een reactie posten