dinsdag 31 maart 2015
DE ROL VAN DE FUNICULIS UMBILICALIS ALS MODEL VOOR L’ÍDENTITÉ DES CONTRAIRES
‘Patafysica een fallocentrische mannenbolwerk? Misogyn of gynefoob, Jarry, par exemple? Wat is vanuit het perspectief van een horror feminae de aantrekkingskracht voor “een vrouw die nadenkt” om “voor de ‘Patafysica te kiezen”? En wat betekent de verwijzing naar de kwadratuur van de cirkel in dit - de queeste naar een vrouwelijk rolmodel - verband? Quadrature des femmes? Voila, een greep uit de vragen die de anonieme oproep bij mij oproept. De nutteloosheid van pogingen om de kwadratuur van de cirkel op te lossen, heeft er voor gezorgd dat deze uitdrukking staat voor ondernemingen die niets met het probleem zelf te maken hebben. Verwijzen naar de kwadratuur van de cirkel is dan slechts een manier om de vergeefsheid van dergelijke zaken uit te drukken. Vraag: Is de vermeende oppositie der sexen (cirkel vs vierkant, dame vs heer), resp. de conjunctie ervan, zo’n vergeefse onderneming, hoort zij thuis binnen de ‘Patafysica; en…is zij uiting van een “’Patafysisch cogito”?
Zo ja, willen de gekwadrateerde “‘Patafysicae” opstaan! Wie zette mij willens nillens op het spoor van een Bâthematische oplossing? Natuurlijk, de Bâton-à-Physique, patafysich toverstafje, ontwortelde fallus en “halve kubist”, die dankzij z’n rare sprongen alle tegenstellingen overwint! Ik neem hierbij het vraagstuk van de kwadratuur (construeer voor een gegeven cirkel een vierkant met gelijk oppervlak) letterlijk. Zoals men weet draait (sic) deze kwestie om het bepalen van de denkbeeldige waarde van π. Ik zal aan de hand van het werk van twee onbekende “‘Patafysici” (de wiskundemeisjes Dorine Epos en Mira Scheed) laten zien dat dit probleem een elegante en voor de hand liggende oplossing heeft. Het voordeel is dat deze aanpak elke antinomie in één klap van tafel veegt - de plus en de min, nul en oneindig, systole en diastole, dames, heren ook - uitgaande van de ‘Patafysisch grondregel van het samengaan der tegendelen.
Let wel, het vraagstuk dient met enkel passer en liniaal opgelost te worden. Ik kan in dit korte bestek slechts de hoofdpunten van de oplossing schetsen. Zie voor de wiskundige details het bronmateriaal. We maken dankbaar gebruik van het enige ware patafysisch rolmodel …de funiculus umbilicalis van P.U. (figuur links)
Vervolgens beschouwen we een uitsnede hiervan (figuur rechts) waarbij de umbilicale levensader ruim een halve rotatie heeft uitgevoerd. Ze blijkt te voldoen aan het voorschrift voor een aritmetische spiraal, waarbij r de straal is en theta de hoek, uit te drukken in radialen ( 360o = 2 π rad). a is een constante die de uitwijking bepaalt. Daar nemen we 1/2 π voor; dat rekent lekker. Nu komt de crux!
Zie onderstaande figuur.
In deze configuratie is er sprake van precies één omwenteling, dus 2 π radialen. P bevindt zich derhalve op afstand 1/2 π x2 π = 1 van de oorsprong O. De lijn PT is de raaklijn aan de spiraal in P; ze snijdt de y-as in T. Beschouw nu de cirkel met middelpunt O en straal 1. Epos&Scheed tonen aan dat de omtrek van deze cirkel gelijk is aan de lengte van OT! D.w.z., OT=2 π, met r =1. Hiermee hebben we de waarde van π bepaald, nml, π = ½ OT = 6,2831853070 : 2 = 3,1415926536, een waarde tot op de 9de decimaal nauwkeurig!
Mèt de figuur is de rechthoekige driehoek OPT beschreven. Daarvan is de oppervlakte 1/2xOTxOP = π, gelijk aan die van de gegeven cirkel π x 12 = π! Kwadratuur van deze driehoek is het eenvoudig sluitstuk van de oplossing.
Chapeau voor onze vrouwelijke “quadrateuses”. In het bijzonder voor het opsporen van een fraai staaltje syzygy binnen de Bâthematica. Ik hoop hen met deze notitie aan de anonimiteit ontrukt te hebben en beveel ze van harte aan voor opname in het Monument voor de onbekende ‘Patafysicae.
Met vriendelijke vuistrol,
LEO COX [DeKontwerper], sectiehoofd Patatafysica
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten